Direct advies: 085 - 76 03 976
9.310 76 reviews
Start met Rijden OpdeZon 
>

Vragen over alle fiscale voordelen

bij zonnepanelen op uw privé-woning

Onderstaande vragen en antwoorden zijn bedoeld om u een zo goed mogelijk idee te geven van de fiscale voordelen in uw situatie. Wij wijzen er op dat de belastingdienst op een aantal punten nog geen standpunt heeft ingenomen. Ondanks dat onderstaande vragen en antwoorden met zorg en in samenspraak met fiscalisten zijn opgesteld is het daarom mogelijk dat de belastingdienst een andere zienswijze heeft en u bij een eventuele controle vraagt om (een deel van) de genoten voordelen terug te betalen. 

OpdeZon aanvaardt geen aansprakelijkheid indien de berekende fiscale voordelen niet (geheel) worden toegekend. Wij adviseren om uw boekhouder of accountant te raadplegen.

Heeft u een vraag die niet behandeld wordt, stel deze dan hier.

FAQ Fiscale voordelen

Ja, dat kan. In dit besluit geeft de staatssecretaris expliciet aan dat zonnepanelen tot het zakelijk vermogen kunnen worden gerekend (en dus voor zakelijke fiscale voordelen in aanmerking komen) als ze op een privé-woning zijn geplaatst. Hierbij wordt de voorwaarde gesteld dat de zonnepanelen niet dak-geïntegreerd worden geplaatst. Daarnaast dient er voldoende zakelijk verbruik te zijn (namelijk minimaal 30% voor  de KIA en 10% voor de andere regelingen).

Het bepalende fragment uit het besluit:

“Ik keur voor de toepassing van de investeringsaftrek (artikel 3.40 e.v. van de Wet IB 2001) goed dat zonnepanelen (met uitzondering van de zogenoemde geïntegreerde zonnepanelen), zonneboilers of zonnecollectoren als een zelfstandig bedrijfsmiddel zijn aan te merken.”

Ja. Hiervoor is goedkeuring gegeven door de Staatssecretaris van Financiën. Het gaat om de situatie van een ondernemer of natuurlijke persoon die in zijn onderneming een elektrische of hybride auto gebruikt die tot het ondernemingsvermogen behoort. De goedkeuring houdt in dat het privégebruik voor de auto wordt geacht ook het privégebruik voor de laadpaal te bevatten. Er hoeft dus geen (afzonderlijke) correctie voor het privégebruik van de laadpaal te worden berekend. De goedkeuring geldt niet voor een privé-auto. 

Bij dga’s of werknemers is goedgekeurd dat het plaatsen van de laadpaal (of het vergoeden daarvan) geen afzonderlijke gevolgen heeft voor de vaststelling van het loon en daarmee de loonheffingen. Ook hiervoor geldt dat het moet gaan om een dga of werknemer met een (semi-)elektrische auto die door de werkgever ter beschikking wordt gesteld. De laadpaal wordt geacht deel uit te maken van de gebruikskosten van de auto die door middel van de bijtelling in de loonheffing worden betrokken. 

Omdat zonnepanelen en laadpunten tot het zakelijk vermogen mogen worden gerekend, gelden onderstaande fiscale regelingen. De KIA mag met de andere regelingen gecombineerd worden. De EIA echter, mag nooit samen met de MIA en/ of VAMIL benut worden.

Kleinschaligheids Investeringsaftrek (KIA)

De Kleinschaligheids InvesteringsAftrek geeft recht op een extra fiscale afschrijving van 28% (in 2018) van de investering. De KIA is volledig van toepassing wanneer uw bedrijf op jaarbasis tussen de € 2.300 en € 56.642 investeert (zie hier voor de gehele tabel met van toepassing zijnde afschrijvingspercentages). Bij Rijden OpdeZon is de KIA zowel op de zonnepanelen als op het laadpunt van toepassing.

Overigens is de KIA niet van toepassing voor bedrijfsmiddelen die voor 70% of meer aan derden ter beschikking worden gesteld (conform artikel 3.45 2a van de wet IB 2001). 

Energie Investeringsaftrek (EIA)

De EIA geldt voor bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. Met de EIA profiteert u van een extra investeringsaftrek van 54,5% (in 2018) in het jaar van aanschaf van de zonne-energie.

Als u elektrisch gaat rijden op zonne-energie komt u voor de EIA in aanmerking wanneer u 25.000 Watt (Wp) of meer op uw dakoppervlak installeert. Dit komt neer op ongeveer 80 zonnepanelen.

Milieu InvesteringsAftrek (MIA)

De Milieu InvesteringsAftrek geldt voor bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Met de MIA profiteert u van een extra aftrek van 36% (in 2018) op uw investering boven op de gebruikelijke bedrijfseconomische afschrijving.

Bij elektrisch rijden op zonne-energie is de MIA van toepassing op het elektrische laadpunt indien deze wordt geplaatst op uw eigen bedrijfsterrein. Navraag bij RVO leert dat eigen bedrijfsterrein wil zeggen:

  • een zakelijke lokatie, ook als u huurder bent
  • uw thuislocatie als u een door de belastingdienst erkend kantoor aan huis heeft (zoals bijvoorbeeld vaak de dokterspraktijk)

Wordt het laadpunt bij u thuis geïnstalleerd zonder dat daar sprake is van een erkende kantoor aan huis, dan komt het laadpunt (ondanks dat het wel zakelijk is) dus niet voor de MIA in aanmerking.

Aanvullende voorwaarde is dat er een bedrag van minimaal € 2.500,- wordt geïnvesteerd in het laadpunt (of de laadpunten). Wordt dit bedrag niet gehaald, dan kan het laadpunt soms in de MIA van de auto worden meegenomen.

Willekeurige afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL)

Deze regeling geeft u het recht om de investering die u doet in het laadpunt op een willekeurig moment af te schrijven met een maximum van 75% van de investering. U kunt hierdoor met uw afschrijving schuiven om zo in een aantrekkelijk jaar de winst extra te drukken. Voor de VAMIL gelden dezelfde voorwaarden als die hierboven voor de MIA worden genoemd.

Wilt u weten welke fiscale voordelen er in uw situatie precies van toepassing zijn?

Vraag dan uw Rijden OpdeZon Totaalplan op maat aan!

Ja, ook dan gelden de fiscale voordelen. Voorwaarde is dat minimaal 10% van de zonnestroom zakelijk wordt verbruikt (en voor de KIA minimaal 30%). Dit betekent dat het verbruik van de zakelijke auto minimaal 10% van het totale elektriciteitsverbruik moet beslaan. Dat de auto mogelijk ook deels privé wordt gebruikt hoeft hier niet in verrekend te worden. Dit privé-verbruik wordt al door de bijtelling afgedekt.

U kunt uw zakelijke zonne-energie systeem dus (fors) uitbreiden om naast zonnestroom voor uw auto ook zonnestroom voor uw woning op te wekken.

Als de zonnepanelen en laadinfrastructuur worden aangeschaft door een natuurlijke rechtspersoon (bijvoorbeeld een eenmanszaak) dan is de gene die de zonnepanelen bezit dezelfde persoon als de gene die de zonnestroom gebruikt en is er geen EnergieBelasting verschuldigd over de opgewekte zonnestroom. Dit volgt uit artikel 50, lid 2 van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). 

Bij een B.V. is er sprake van levering van zonnestroom door de B.V. aan u als privé-persoon. In dit geval is bepalend wie het risico draagt van het eventueel minder opbrengen van de zonnepanelen (bijvoorbeeld door storingen of slecht weer). Ligt dit bij u als privé-persoon, dan is er geen EnergieBelasting verschuldigd. Dit is bijvoorbeeld het geval als de B.V. de zonnepanelen voor een vast bedrag verhuurd aan u als privé-persoon. Ligt het risico van een eventuele minderopbrengst bij de eigenaar van de zonnepanelen (de B.V.) dan wordt deze gezien als leverancier van stroom en is er wel energiebelasting verschuldigd. Dit volgt uit art. 50, lid 6a van de Wbm en uit het Belastingplan 2015.

Nee, een energievergunning (leveringsvergunning) is niet nodig als het leveren van energie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van het bedrijf dat de zonnepanelen aanschaft. Aanvullende voorwaarden zijn dat er niet aan meer dan 15 bedrijven geleverd mag worden en niet meer dan 0,25 GWh (het equivalent van zo’n 800 zonnepanelen) geleverd mag worden. Een en ander wordt hier nader uitgelegd op de website van de ACM.

De wetgever en belastingdienst schrijven voor dat u met een gecertificeerde meter bijhoudt hoeveel zonnestroom u zakelijk opwekt en verbruikt en hoeveel u privé opwekt en verbruikt. Ook dient u jaarlijks een administratieve verrekening tussen zakelijk en privé te doen.

OpdeZon installeert de vereiste gecertificeerde meters en ondersteunt u bij de administratieve afhandeling.

In de praktijk wordt een deel van de zonnestroom in de privé-woning gebruikt, aangezien de zonnepanelen vaak stroom opwekken op momenten dat de elektrische of hybride auto niet staat te laden. Elektrische auto’s worden immers vaak ’s nachts geladen, terwijl de zon overdag schijnt. 

Dit is geen probleem. Aangezien technisch niet vast te stellen is welke stroom waar wordt benut, wordt er gekeken of er op jaarbasis per saldo voldoende zakelijk gebruik is (namelijk minimaal 30% voor de KIA en 10% voor de overige regelingen). Is dit zo dan mogen de zonnepanelen tot het zakelijk vermogen worden gerekend en komen ze in aanmerking voor de fiscale regelingen.

De zonnestroom wordt naar rato van het verbruik van de auto en het verbruik in de privé-woning verdeeld over woning en auto.

Voorbeeld: Uw zakelijke zonnepanelen wekken jaarlijks 3.000 kWh zonnestroom op. Uw zakelijke elektrische auto laadt thuis 2.200 kWh. In uw woning wordt 4.500 kWh verbruikt. We rekenen nu:

  • 3.000 x 2.200 / (2.200 + 4.500) = 985 kWh aan de auto toe
  • 3.000 x 4.500 / (2.200 + 4.500) = 2.015 kWh aan de privé-woning toe

Als er sprake is van een B.V. die de elektrische auto en de zonne-energie aanschaft, dan verkoopt de B.V. de zonnestroom die in de privé-woning wordt gebruikt aan de bewoner als privé-persoon (vaak de dga). Hier geldt dat de B.V. een rendabele investering moet doen. Wat rendabel is verschilt per situatie. OpdeZon rekent standaard met een tarief van 5%. Dit is gebaseerd op het rendement van alternatieve mogelijkheden die de B.V. heeft om te investeren in duurzame energie op andere locaties. Bijvoorbeeld via financieringsvehikels als Duurzaam Investeren of Zonnepanelen Delen.

Voor eenmanszaken, maatschappen en VOF-en geldt dat de privé gebruikte zonnestroom via een onttrekking uit de onderneming wordt gehaald. Als hoogte van de onttrekking dient in algemene zin de waarde in het economisch verkeer aan te worden gehouden. Er zijn voor deze waarde in het economische verkeer meerdere grondslagen denkbaar. Zo kan gedacht worden aan de marktprijs van stroom uit het net (zo’n € 0,05 per kWh) eventueel inclusief EnergieBelasting (€ 0,20 per kWh).

OpdeZon acht het pleitbaar om als grondslag de inkoopprijs van de zonnestroom te hanteren. Hiervoor zijn meerdere argumenten:

  • Ten eerste is het niet redelijk over niet-betaalde belasting winst te moeten berekenen
  • Ten tweede heeft de Hoge Raad geoordeeld dat goederen van geringe waarde tegen inkoopprijs mogen worden onttrokken. Deze inkoopprijs is ongeveer gelijk aan de marktprijs voor stroom uit het net, zoals onderstaand voorbeeld laat zien.
  • Ten derde laat de belastingdienst in de landbouwnormen 2017 de mogelijkheid open om voor het vaststellen van de onttrekking af te wijken van de normtabel (inclusief EnergieBelasting) en te rekenen met de daadwerkelijk gemaakte kosten, zoals de kosten van geplaatste zonnepanelen. 

Onderstaande berekening op basis van onderzoek uit 2017 van Milieu Centraal laat zien dat deze grondslag tot bijna hetzelfde bedrag leidt als bovengenoemde marktprijs zonder EnergieBelasting:

  • Marktprijs 15 zonnepanelen van 270 Wp: € 1,63 / 1,21 x 15 x 270 = € 5.456 ex btw
  • Opbrengst gedurende 25 jaar: 270 x 15 x 0,95 x 25 = 96.188 kWh
  • Prijs per kWh ex btw: € 5.456 / 96.188 = € 0,057

De belastingdienst heeft op dit onderwerp nog geen standpunt ingenomen. Het is daarom mogelijk dat deze van mening is dat de energiebelasting in de onttrekking dient te worden opgenomen. In het geval van een controle door de belastingdienst heeft u met € 0,057 per kWh een pleitbaar standpunt ingenomen en zult u in beginsel geen boete krijgen. Wel is het mogelijk dat u bij zo’n controle alsnog gevraagd wordt de onttrekking aan te passen naar € 0,20 per kWh.

De gecertificeerde meters die OpdeZon plaatst registreren hoeveel zonnestroom er naar uw auto en hoeveel er naar uw woning is gegaan. Op basis van deze meting stelt uw boekhouder jaarlijks de onttrekking vast (bij een eenmanszaak, VOF of maatschap) of stelt hij een factuur vast van uw zaak aan privé (bij een B.V.)

Voorbeeld: Uw zakelijke zonnepanelen wekken jaarlijks 3.000 kWh zonnestroom op. Uw zakelijke elektrische auto laadt thuis 2.200 kWh. In uw woning wordt 4.500 kWh verbruikt. We rekenen nu:

  • 3.000 x 2.200 / (2.200 + 4.500) = 985 kWh aan de auto
  • 3.000 x 4.500 / (2.200 + 4.500) = 2.015 kWh aan de privé-woning

Nee, voor elektrisch rijden op zonne-energie maakt het niet uit of de elektrische of hybride auto wordt geleased of gekocht. Uiteraard is wel van belang dat de elektrische auto voornamelijk zakelijk wordt gebruikt zodat de zakelijke functie en aanwending van de zonnepanelen aannemelijk gemaakt kunnen worden.

Let op! Dit geldt als uw eigen bedrijf de auto least. Rijdt u als werknemer in een zakelijke auto (lease of koop) van uw werkgever, dan zijn de fiscale voordelen waarschijnlijk niet van toepassing (zie hieronder).

Nee, dat is geen goed idee. Dit kan er namelijk toe leiden dat het dak ook als zakelijk wordt gezien door de fiscus. Dit kan grote (negatieve) gevolgen hebben, bijvoorbeeld als de woning met winst wordt verkocht of voor de hoogte van de hypotheekrente aftrek.

In onze berekeningen nemen we deze optie derhalve niet mee.

Nee, als uw auto van uw werkgever is (en u bent niet uw eigen werkgever) dan komt ú in principe niet voor de fiscale voordelen in aanmerking als u de installatie aanschaft. Dit geldt als uw werkgever de auto least, maar ook als hij hem heeft aangeschaft. Uw werkgever komt wel in aanmerking voor de fiscale voordelen als hij de installatie aanschaft.

Bent u bij uw eigen bedrijf in dienst en gaat u elektrisch rijden op zonne-energie, dan komt u wel voor de fiscale voordelen in aanmerking.

Nee, om te profiteren van de fiscale voordelen van elektrisch rijden op zonne-energie is het voldoende dat de auto voor een deel elektrisch wordt aangedreven en via een laadkabel met zonnestroom wordt geladen. Alle hybride auto’s met een stekker (de zogenaamde ‘plug-in hybrides’) komen daarom in aanmerking voor de fiscale voordelen, mits natuurlijk aan eerder genoemde voorwaarden is voldaan.

Nee, in het hierboven genoemde besluit stelt de staatssecretaris als voorwaarde dat de zonnepanelen niet dak-geïntegreerd worden gemonteerd.

De wet schrijft voor dat de vermoedelijke gebruiksduur van een bedrijfsmiddel dient te worden gesteld op de te verwachten technische levensduur, dus de periode tot het object geheel versleten is, tenzij de economische levensduur korter is dan de technische. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in haar uitspraak van 2017 dat de afschrijvingstermijn op 20 jaar moest worden gesteld, omdat geen kortere economische levensduur was aangetoond. Op basis van onderzoek dat OpdeZon heeft gedaan naar de economische levensduur van zonnepanelen, blijkt dat deze momenteel rond de 10 jaar ligt. Wij achten een afschrijvingstermijn van 10 jaar daarom ook verdedigbaar.

Ja, dat mag. Het gaat om de beoogde functie en aanwending. Als u de zonnepanelen en het laadpunt eerder aanschaft dan de elektrische of hybride auto, dan kunt u de beoogde functie en aanwending bijvoorbeeld aannemelijk maken door een offerte voor of bestelling van een zakelijke elektrische auto in de administratie op te nemen.

Ja, dat mag. Het betekent dat er een verrekening tussen de verschillende bedrijven ontstaat voor het afnemen van de zonnestroom. Voor de fiscale voordelen en de business case in uw situatie heeft dit geen gevolgen.

Nee, dit maakt niet uit voor de business case van Rijden OpdeZon of de van toepassing zijnde fiscale voordelen.

Deze aanvullende opties betreffen:

  • het OpdeZon Ontzorg Abonnement
  • de Garantie TerugVerdientTijd
  • uitbreiding van de garantie op de omvormer

Op de aanvullende opties zijn de investeringsregelingen niet van toepassing, omdat ze op basis van wetgeving en jurisprudentie niet kwalificeren als investering in de zin van de investeringsaftrekken.

Als u als particulier zonnepanelen koopt, wordt u gezien als btw-plichtig en kunt u de btw over het aanschafbedrag terugvorderen. Dit geldt ook voor de btw over de aanvullende opties die u bij aanschaf voor een bepaalde tijd afkoopt.

Als u gaat verhuizen dan kunt u de zonnepanelen en laadinfrastructuur (‘de installatie’) verkopen aan de nieuwe eigenaar of u kunt deze mee verhuizen naar uw nieuwe woning (of bedrijfspand). Bij verkoop aan de nieuwe eigenaar zijn er mogelijk gevolgen voor de door u genoten fiscale voordelen. Verhuist u de installatie mee? Dan blijft u eigenaar en zijn er geen gevolgen voor de genoten fiscale voordelen.

Als u verhuist en de installatie aan de nieuwe eigenaar verkoopt, dan zijn er twee opties:

Optie 1 U verhuist meer dan 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed. Er zijn in dit geval geen gevolgen voor de genoten fiscale voordelen. Voorbeeld: uw installatie is in 2011 als investering in de boeken opgenomen. U verhuist in 2016 en verkoopt de installatie in 2016 aan de nieuwe bewoner. U houdt volledig recht op de genoten fiscale voordelen en hoeft geen actie te ondernemen.

Optie 2 U verhuist binnen 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed. In dit geval dient u een deel van de genoten fiscale voordelen terug te betalen. Dit gaat via de zogenoemde ‘desinvesteringsbijtelling’. U heeft alleen recht op fiscale voordelen over het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs. Verkoopt u bijvoorbeeld uw installatie in 2013 voor € 5.000, terwijl u deze in 2011 heeft aangeschaft voor € 8.000? Dan heeft u recht op de fiscale voordelen over € 3.000 aan investering. U dient nu ⅝ van de genoten fiscale voordelen terug te betalen. Dit doet u via de desinvesteringsbijtelling in uw aangifte IB of aangifte VPB.

Als u uw bedrijf beëindigt dan zullen uw zonnepanelen en laadinfrastructuur (‘de installatie’) uit het bedrijf verkocht worden. Er zijn dan twee situaties:

Situatie 1 U verkoopt de installatie meer dan 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed. Er zijn in dit geval geen gevolgen voor de genoten fiscale voordelen. Voorbeeld: uw installatie is in 2011 als investering in de boeken opgenomen. U sluit uw bedrijf in 2016 en verkoopt de installatie in 2016. U houdt volledig recht op de genoten fiscale voordelen en hoeft geen actie te ondernemen.

Situatie 2 U verkoopt de installatie binnen 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed. U dient nu een deel van de genoten fiscale voordelen terug te betalen. Dit gaat via de zogenoemde ‘desinvesteringsbijtelling’. U heeft alleen recht op fiscale voordelen over het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs. Beëindigt u bijvoorbeeld uw bedrijf in 2013 en verkoopt u in dat jaar de installatie voor € 5.000, terwijl u deze in 2011 heeft aangeschaft voor € 8.000? Dan heeft u recht op fiscale voordelen over € 3.000 investering. U dient nu ⅝ van de genoten fiscale voordelen terug te betalen. Dit doet u via de desinvesteringsbijtelling in uw aangifte IB of aangifte VPB.

Onze zonne-energie specialisten zijn gespecialiseerd in elektrisch Rijden OpdeZon en de fiscale voordelen die hierbij van toepassing zijn. 

In uw persoonlijke Rijden OpdeZon Totaalplan brengen we al uw fiscale voordelen in kaart. De installatie van uw oplossing voor Rijden OpdeZon voeren wij zo uit dat uw installatie voldoet aan de wettelijke voorschriften om in aanmerking te komen voor de fiscale voordelen. Tot slot helpen wij u en uw accountant bij het realiseren van de fiscale voordelen.

Wilt u weten wat uw mogelijkheden van fiscaal voordelig Rijden OpdeZon zijn?
Vraag dan het Rijden OpdeZon Totaalplan voor uw situatie aan.